Mensen vragen me wel eens of ik nooit ergens anders heb willen wonen. Een grote stad misschien, met meer reuring. Mijn antwoord is steeds hetzelfde: nee.
Het zit hem in de kleine dingen. De buurman die zwaait, de bakker die je naam kent, het uitzicht over de velden bij zonsondergang. Dat soort dingen koop je nergens.
Natuurlijk is niet alles perfect. Maar als ik ’s avonds thuiskom en de torenspits zie opdoemen, weet ik het weer zeker. Dit is thuis, en dat blijft het.

